Ontwikkeling van taal en spraak bij jonge kinderen
Van keelgeluidjes tot hele verhalen. Wat kun je per leeftijd verwachten, en wanneer schakel je een logopedist in?
Van keelgeluidjes tot hele verhalen: in vijf jaar tijd leert een kind een complete taal. Dat gaat in herkenbare fases, al verschilt het tempo per kind enorm. Hieronder een overzicht per leeftijd, en aan het eind de signalen waarbij je beter even meekijkt met een deskundige.
In dit artikel
Voor het eerste woordje
1 tot 2 maanden. Je baby maakt keelgeluidjes en reageert op geluid. Vanaf een week of acht komen de comfortgeluidjes: aaah, eheh. Die betekenen nog niets, ze horen bij welbehagen.
3 tot 4 maanden. De geluidjes worden een spelletje. Zodra mond en tong meebewegen gaat het over in tateren: je baby probeert spelenderwijs allerlei klanken uit. De rrr en de ggg verschijnen. Ook dove baby’s maken deze fase door.
Rond 6 maanden. Het brabbelen begint: dadadada, babababa. Dit is wereldwijd bij elke baby hetzelfde, ongeacht de taal om hem heen.
6 tot 8 maanden. Het brabbelen stemt zich af op de taal die je baby hoort. Klanken die in die taal niet voorkomen, verdwijnen langzaam. Tegen het eerste jaar hoor je vaak hele verhalen zonder verstaanbare woorden, maar wel met de juiste melodie. Dat heet sociaal brabbelen.
De eerste woorden
Mama en papa. In heel veel talen zijn dit de eerste woordjes. Niet omdat ouders zo heten, maar omdat het de eerste duidelijke klankcombinaties zijn die een baby maakt. Ouders herhalen ze vervolgens zo vaak dat de koppeling ontstaat.
12 tot 14 maanden. Er komen spontaan andere woordjes bij, door de brabbeltaal heen. Je kind herkent voorwerpen aan hun naam.
Vanaf 14 maanden. De fase van de eenwoordzinnen. Met één woord bedoelt een kind vaak een heel verhaal: “melk” kan net zo goed “ik wil melk” als “de melk is op” betekenen. De intonatie doet het werk. Welke woorden een kind als eerste leert verschilt sterk, en zelfbedachte woordjes horen erbij.
Van woorden naar zinnen
Rond 18 tot 24 maanden. De woordenschat groeit hard, soms met een paar woorden per dag. Er ontstaan tweewoordzinnen: “papa weg”, “meer koek”. Rond twee jaar begrijpen de meeste kinderen veel meer dan ze zelf zeggen.
2 tot 3 jaar. De zinnen worden langer, drie tot vier woorden. Je kind gebruikt ik, jij en mij, en stelt eindeloos waarom-vragen. Voor onbekenden is niet alles verstaanbaar, en dat is normaal.
3 tot 4 jaar. Je kind vertelt in zinnen wat het heeft meegemaakt en kan een eenvoudig verhaal navertellen. Voor vreemden is nu het grootste deel te verstaan. Fouten in werkwoorden komen veel voor, en juist die fouten laten zien dat je kind de regel doorheeft: “ik heb gelopen” wordt “ik heb geloopt”.
4 tot 5 jaar. De zinnen zijn compleet, de uitspraak is bijna volwassen en je kind kan een gesprek voeren, een mop vertellen en uitleggen waarom iets zo is.
Wat helpt
- Praat veel en benoem wat je doet, ook al krijg je nog geen antwoord.
- Herhaal wat je kind zegt in de goede vorm, zonder te verbeteren. Zegt je kind “hond geloopt”, dan antwoord je gewoon “ja, de hond heeft gelopen”.
- Lees voor. Elke dag, ook al is het één boekje. Voorlezen doet meer voor de woordenschat dan welk programma of app dan ook.
- Zet geluid uit als niemand kijkt. In een rumoerige kamer is taal moeilijker te onderscheiden.
- Geef je kind de tijd om te antwoorden en maak zinnen niet af.
Wanneer schakel je hulp in?
Kinderen verschillen enorm, dus laat je niet gek maken door het buurjongetje. Er zijn wel momenten om te overleggen met het consultatiebureau, de huisarts of een logopedist:
- je kind reageert niet op geluid of op zijn naam;
- met 18 maanden zegt je kind nog geen enkel woordje;
- met 2 jaar maakt je kind nog geen tweewoordzinnen;
- met 3 jaar is je kind voor onbekenden nauwelijks te verstaan;
- je kind begrijpt duidelijk minder dan leeftijdgenootjes;
- je kind is een tijd goed op weg en valt daarna terug;
- je kind stottert langer dan een half jaar of raakt erdoor geblokkeerd.
Twijfel je? Ga dan gewoon langs. Vroeg meekijken kost weinig en kan veel schelen. Laat bij twijfel ook altijd het gehoor controleren, want een deel van de taalachterstanden begint bij slecht horen.
Bronnen: Thuisarts.nl, Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie en het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Verder lezen
Welk speelgoed vindt mijn kind leuk?
Wat past bij welke leeftijd? En waarom het simpelste speelgoed vaak het langst meegaat.
Op vakantie met kinderen: waar denk je aan?
Zon, de reis zelf, ziek worden onderweg en de papieren die je nodig hebt. Een checklist voor op vakantie met…
De 10 bekendste sinterklaasliedjes met tekst en filmpje
De teksten van de tien bekendste sinterklaasliedjes, met bij elk lied een filmpje om de melodie mee te oefenen.