Wanneer begin je met zakgeld, en wat is een redelijk bedrag? Het Nibud houdt daar richtbedragen voor bij, gebaseerd op wat kinderen in Nederland daadwerkelijk krijgen. Hieronder staan die bedragen, plus de afspraken die het in de praktijk een stuk soepeler laten lopen.
Waarom zakgeld?
Met zakgeld leert een kind omgaan met geld, en dat leer je alleen door het te doen. De jongste kinderen willen hun geld het liefst meteen omzetten in iets leuks. Pas als ze wat ouder zijn ontstaat er besef van tijd en waarde, en daarmee het idee dat je iets groters kunt kopen als je even wacht. Dat is sparen, en dat is precies waar het om gaat.
Het tweede voordeel is dat je kind fouten maakt terwijl het nog om kleine bedragen gaat. Alles in één keer opmaken aan iets waardeloos is een veel betere les dan een preek.
Wanneer begin je?
Rond 6 jaar herkennen kinderen munten en biljetten, en dat is volgens het Nibud een goed moment om te beginnen. De meeste kinderen zitten dan in groep 3. In de praktijk loopt het uiteen: sommige kinderen krijgen al met vijf jaar hun eerste muntjes, andere pas halverwege de basisschool.
Op de basisschool werkt zakgeld per week het beste, omdat een week voor een kind te overzien is. In de brugklas kun je overstappen op een bedrag per maand. Dat is meteen een goede oefening in vooruit plannen.
De richtbedragen van het Nibud
Basisschool, per week
- 6 jaar: € 1,20 tot € 2,30
- 7 jaar: € 1,40 tot € 2,30
- 8 jaar: € 1,90 tot € 2,80
- 9 jaar: € 2,30 tot € 2,90
- 10 jaar: € 2,30 tot € 2,80
- 11 jaar: € 2,30 tot € 3,50
- 12 jaar: € 2,60 tot € 4,70
Middelbare school, per maand
- 12 jaar: € 20 tot € 22
- 13 jaar: € 20 tot € 25
- 14 jaar: € 25 tot € 32
- 15 jaar: € 25 tot € 35
- 16 jaar: € 25 tot € 43
- 17 jaar: € 25 tot € 40
- 18 jaar: € 40 tot € 50
Dit zijn richtbedragen, geen normen. Wat past hangt af van wat er thuis te besteden is, en vooral van wat je kind er zelf van moet betalen. Alleen snoep en kleine dingen? Dan is een paar euro per week genoeg. Moet er ook een verjaardagscadeau voor een vriendje uit? Dan is dat te weinig.
En kleedgeld?
Kleedgeld is een aparte stap, meestal rond 12 of 13 jaar. Het Nibud houdt ongeveer € 50 per maand aan voor middelbare scholieren, terwijl de werkelijke kosten voor alle kleding samen eerder rond de € 71 tot € 77 per maand liggen. Veel gezinnen beginnen daarom met een deel: je kind betaalt bijvoorbeeld zelf de shirts en accessoires, en jij de jas en de schoenen.
Welke afspraken maak je?
- Wees duidelijk waar het voor is. Zet samen op papier wat je kind ervan betaalt en wat jij blijft betalen. Dat voorkomt de meeste discussies.
- Betaal op een vast moment. Elke zaterdag, of de eerste van de maand. Voorspelbaarheid is de helft van het leereffect.
- Geef geen voorschot. Op is op, ook al is dat even zuur. Dat is precies de les.
- Koppel het niet aan klusjes of aan gedrag. Meehelpen in huis doe je omdat je bij het gezin hoort. Wil je je kind laten bijverdienen, doe dat dan met een aparte klus tegen een afgesproken bedrag.
- Praat over wat het kost. Laat zien wat dingen kosten en waarom je zelf soms iets niet koopt. Kinderen leren meer van meekijken dan van uitleg.
- Evalueer jaarlijks. Bijvoorbeeld rond de verjaardag: past het bedrag nog, en komt er iets bij waar je kind zelf voor gaat betalen?
Voor de kleintjes blijft een spaarpot het leukst, omdat ze zien dat het groeit. Voor oudere kinderen is een eigen jeugdrekening met een app handiger, zeker nu er weinig meer contant betaald wordt.
