Pinksteren levert elk jaar een lang weekend op, en elk jaar de vraag van een kind waarom eigenlijk. Hieronder het antwoord, plus een paar ideeën om die vrije maandag mee te vullen.
Waar komt Pinksteren vandaan?
Pinksteren valt altijd tien dagen na Hemelvaart, en vijftig dagen na Pasen. Die vijftig zit ook in de naam: Pinksteren komt van het Griekse pentekostè, wat vijftigste betekent. Omdat Pasen elk jaar op een andere datum valt, schuift Pinksteren mee. Het valt ergens tussen half mei en half juni.
Met Pinksteren herdenken christenen dat de Heilige Geest neerdaalde op de leerlingen van Jezus. Na de kruisiging op Goede Vrijdag en de verrijzenis met Pasen hadden zij nog veertig dagen zijn aanwezigheid, tot Hemelvaart. Daarna stonden ze er alleen voor, met de belofte dat er hulp zou komen. Tien dagen later gebeurde dat: de leerlingen konden ineens in allerlei talen spreken, en gingen op pad om het verhaal te vertellen. Pinksteren geldt daarom als de start van de kerk.
Waarom twee dagen?
In de vroege middeleeuwen was Pinksteren een van de belangrijkste feesten van het jaar, met een hele week verplichte rust en rituelen als het loslaten van duiven in de kerk en het strooien van pioenroosblaadjes. Die week werd in 813 al ingekort, en vanaf 1414 bleven er drie verplichte rustdagen over. In 1618 ging daar nog een dag af, en zo hielden we de twee pinksterdagen over die we nu nog kennen.
Wat doe je met de kinderen?
Pinksteren valt precies in de periode dat het buiten aangenaam is en de zomerdrukte nog niet begonnen is. Een paar ideeën:
- Naar de boerderij. Rond Pinksteren openen veel melkveehouders hun deuren voor bezoekers. Kalfjes aaien, in een trekker zitten en zien hoe melken werkt: voor jonge kinderen is dat een topdag, en meestal gratis.
- Naar het strand. Vroeg in het seizoen is het er nog rustig en zijn de strandtenten net open. Neem wel een windjack mee.
- Een pinksterbraderie of vrijmarkt. In veel plaatsen wordt in het pinksterweekend iets georganiseerd. Kijk op de site van je gemeente of van de VVV.
- Een fietstocht met een doel. Kinderen fietsen graag ver zolang er iets aan het eind staat. Een pannenkoekenhuis werkt beter dan een uitzicht.
- Kamperen in de tuin. Tent opzetten, slapen in een slaapzak, ’s ochtends buiten ontbijten. Zonder reistijd, en het voelt als vakantie.
- Duiven vouwen. Een knipoog naar de oude traditie: de duif is het symbool van Pinksteren. Vouw ze van papier en hang ze in de tuin.
Handig om te weten
Tweede pinksterdag is een officiële feestdag, dus veel winkels zijn dicht of hebben aangepaste openingstijden en de meeste musea zijn juist wel open, maar druk. Boek een uitje dus liever van tevoren.
