In Nederland worden per jaar ongeveer een miljoen mensen door een teek gebeten, vooral tussen maart en oktober. De meeste tekenbeten zijn onschuldig, maar een teek kan de ziekte van Lyme overbrengen. Kinderen lopen er net zo goed een op, in het bos maar net zo goed gewoon in de tuin. Hieronder lees je hoe je een teek herkent, hoe je hem eruit haalt en waar je daarna op let.
Wat is een teek?
Een teek is een spinachtig beestje van 1 tot 3 millimeter, bruinzwart van kleur en plat als hij nog niet gegeten heeft. Teken kunnen alleen kruipen, niet springen en niet vliegen. Ze houden van vochtige plekken: struiken, hoog gras, heide, duinen, parken en tuinen. Ze komen in het hele land voor, dus ook in een gewone achtertuin.
Hoe herken je een tekenbeet?
Een teek kruipt op je mee en bijt zich vast in de huid. Meestal voel je daar niets van. Vervolgens zuigt hij bloed op en wordt hij steeds groter, soms tot wel een centimeter. Na een paar dagen laat hij vanzelf los.
Teken zoeken warme, vochtige plekjes op: oksels, liezen, knieholtes en de bilspleet. Bij kinderen vind je ze ook vaak op het hoofd, achter de haargrens en achter de oren. Op de plek van de beet ontstaat meestal een klein rood vlekje van hooguit twee centimeter, dat na een paar dagen weer verdwijnt.
Een teek gevonden? Zo haal je hem eruit
Verwijder de teek zo snel mogelijk. Hoe korter hij vastzit, hoe kleiner de kans op besmetting.
- Pak een puntig pincet of een tekentang.
- Pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast, bij de kop.
- Trek hem er rustig recht naar boven uit. Knijp niet in het achterlijf.
- Blijft er een stukje snuit achter? Geen paniek, dat komt er vanzelf uit.
- Maak de huid pas na het verwijderen schoon met alcohol of jodium.
Verdoof de teek vooraf niet met alcohol, olie, nagellak of zeep. Dat vergroot mogelijk juist de kans dat de teek besmet materiaal afgeeft. Lukt het verwijderen niet, ga dan langs de huisarts.
Noteer daarna de datum en de plek van de beet. Een foto op je telefoon werkt ook prima.
Waar let je daarna op?
Houd de huid rond de beet tot drie maanden lang in de gaten. Let op een rode of blauwrode plek of ring die groter wordt, en op grieperige klachten. Zolang er niets gebeurt, hoef je niets te doen. Antibiotica geven na elke tekenbeet is niet nodig.
Bel de huisarts als:
- het niet lukt de teek te verwijderen;
- de teek langer dan 24 uur heeft vastgezeten;
- er rond de beet een rode of blauwrode vlek of ring ontstaat die groter wordt, ook nog tot drie maanden later;
- je je binnen drie maanden na de beet grieperig voelt: koorts, hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid;
- je lang na een beet dubbel gaat zien of je gezicht scheef trekt;
- je pijn, tintelingen of minder kracht in armen of benen hebt;
- je een of meer dikke, pijnlijke gewrichten krijgt.
Een tekenbeet voorkomen
- Controleer jezelf en je kind na elk bezoek aan bos, park, hei, duinen of tuin. Kijk in de liezen, oksels, knieholtes, bilspleet en bij kinderen ook op het hoofd.
- Draag bij hoog gras en struiken dichte kleding: lange mouwen, en de broekspijpen in de sokken. Voor kinderen helpt een pet.
- Smeer onbedekte huid in met een middel met DEET. Voor kinderen tot 6 jaar maximaal 20% DEET, voor volwassenen maximaal 50%. Lees altijd de bijsluiter.
- Schud kleding na afloop goed uit.
- Op Tekenradar zie je hoe hoog de tekenactiviteit op dat moment is.
De ziekte van Lyme
Sommige teken dragen de bacterie bij zich die de ziekte van Lyme veroorzaakt. De ziekte begint meestal met een rode ring rond de beet, ongeveer een tot drie weken erna. Die ring wordt groter en verdwijnt daarna vaak weer vanzelf, ook zonder behandeling. Verder kun je je grieperig voelen. In een later stadium kunnen gewrichtsklachten, zenuwklachten of hartritmestoornissen optreden.
Lyme is niet besmettelijk van mens op mens. Behandeld met antibiotica geneest het goed. Wordt het pas laat ontdekt, dan is het nog steeds goed te behandelen, maar duurt het herstel langer.
