In Nederland doen de meeste kinderen mee aan het Rijksvaccinatieprogramma. Deelname is niet verplicht en de prikken zijn gratis. Het schema is de laatste jaren behoorlijk veranderd: er kwamen prikken bij, andere verschoven naar een andere leeftijd. Hieronder lees je hoe het er nu uitziet.
Waarom laten ouders hun kind inenten?
De ziekten in het programma kwamen vroeger veel voor en waren een belangrijke oorzaak van sterfte en blijvende schade bij kinderen. Denk aan polio, difterie en mazelen. Dankzij vaccinatie zijn ze in Nederland zeldzaam geworden. Een vaccinatie verkleint de kans dat je kind de ziekte krijgt, en als het toch gebeurt verloopt de ziekte meestal veel milder.
Daarnaast beschermt een hoge vaccinatiegraad ook kinderen die zelf nog te jong zijn voor een prik of die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden. Zakt de vaccinatiegraad in een gebied, dan kan een ziekte als mazelen daar zo weer opduiken.
Vaccineren kent, zoals alles, kleine risico’s. De meest voorkomende bijwerkingen zijn een rood of pijnlijk plekje, wat hangerigheid en soms wat verhoging. Die klachten gaan meestal binnen een paar dagen vanzelf over.
Tegen welke ziekten beschermt het programma?
Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt tegen veertien ziekten of ziekteverwekkers:
- RS-virus
- Rotavirus
- Difterie
- Kinkhoest
- Tetanus
- Polio
- Hib-ziekten
- Hepatitis B
- Pneumokokken
- Bof
- Mazelen
- Rodehond
- Meningokokken ACWY
- HPV (humaan papillomavirus)
Het vaccinatieschema per leeftijd
- 0 tot 2 weken: RS-virus
- 6 tot 9 weken: rotavirus en DKTP-Hib-HepB
- 3 maanden: rotavirus, DKTP-Hib-HepB en pneumokokken
- 5 maanden: DKTP-Hib-HepB en pneumokokken
- 12 maanden: DKTP-Hib-HepB en pneumokokken
- 14 maanden: BMR en MenACWY
- 3 jaar: BMR, de tweede prik
- 5 jaar: DKT
- 10 jaar: HPV, twee prikken met een half jaar ertussen
- 14 jaar: DTP en MenACWY
DKTP-Hib-HepB beschermt in één prik tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Hib en hepatitis B. BMR staat voor bof, mazelen en rodehond.
Wat er de laatste jaren is veranderd
Zit er tussen je oudste en je jongste kind een paar jaar, dan valt op dat het schema er niet meer hetzelfde uitziet. De belangrijkste wijzigingen:
- De tweede BMR-prik is verschoven van 9 jaar naar 3 jaar. Kinderen die tussen 2016 en 2021 geboren zijn, kunnen die prik via een inhaalcampagne alsnog krijgen.
- De laatste DKTP-Hib-HepB en pneumokokken zijn verschoven van 11 naar 12 maanden.
- De booster op 4 jaar is een DKT-prik op 5 jaar geworden, dus zonder het poliodeel.
- HPV is voor alle kinderen, niet alleen voor meisjes, en wordt gegeven op 10 jaar in plaats van rond het twaalfde jaar.
- Rotavirus en de RS-prik zijn toegevoegd, respectievelijk in 2024 en 2025.
Hoe gaat het in de praktijk?
Als je kind ongeveer 4 tot 6 weken oud is, krijg je een uitnodiging van het consultatiebureau of de GGD. De prikken worden gecombineerd met de reguliere afspraken, dus in de meeste gevallen hoef je niets extra’s te regelen. Twijfel je ergens over, of heeft je kind een aandoening waardoor een prik anders uitpakt? Bespreek dat vooraf met de jeugdarts. Die kan ook uitleggen wat er wel en niet in het programma zit en waarom.
Prikken zijn voor veel kinderen spannend. Vertel vooraf eerlijk dat het even pijn doet, maar dat het snel voorbij is. Borstvoeding, een speentje of iets om naar te kijken helpt bij baby’s goed. Bij oudere kinderen helpt afleiding en de mogelijkheid om zelf te kiezen in welke arm.
