Babykleding kopen is leuk, en precies daar zit het probleem: je koopt te veel, in de verkeerde maat en in de verkeerde tijd van het jaar. Hieronder waar het in de praktijk op aankomt.
Maat
Maat 50 wordt vaak maar een paar weken gedragen, en soms helemaal niet. Koop daar dus weinig van en leg de nadruk op 56 en 62. Houd ook rekening met het seizoen: een kind dat in november geboren wordt, heeft in maat 74 juist zomerkleren nodig.
Babymaten lopen bovendien per merk uiteen. Ga niet blind af op het getal maar op de lengte in centimeters die erbij staat.
Materiaal
- Katoen is voor de meeste baby’s het prettigst: het ademt en neemt vocht op.
- Wol, zoals merino, is warm zonder te broeien en gaat lang mee, maar vraagt meer aandacht bij het wassen.
- Was nieuwe kleding voordat je hem aantrekt.
- Let op labels en lange koordjes. Een hard label in de nek irriteert, en koordjes horen niet op babykleding.
Sluitingen
Dit klinkt als een detail en is het niet. Een rompertje met drukknopen langs het hele beentje is midden in de nacht met een spartelende baby veel sneller dicht dan een truitje dat over het hoofd moet. Overslagshirtjes zijn in het begin fijn omdat er niets langs het hoofd hoeft. En kijk of de knoopjes aan de goede kant zitten voor een luierverschoning.
Hoeveel heb je nodig?
Voor de eerste weken is per maat ongeveer zes rompertjes, zes pakjes, een paar truitjes en wat sokjes genoeg. Je wast toch elke paar dagen. Wat mensen achteraf vaak zeggen: van de kleinste maten hadden ze de helft niet nodig, en van maat 68 en 74 juist te weinig.
Tweedehands
Babykleding wordt zo kort gedragen dat tweedehands vaak nauwelijks te onderscheiden is van nieuw. Zeker voor de eerste maten scheelt dat veel, en het is de meest voor de hand liggende plek om te besparen als je toch een lijstje moet afwerken.
